Voorwaarden en criteria

Terug naar de aanmeldpagina

De aspirant-opleidingsschool heeft, vanaf het moment dat het contract getekend is, vier jaar de tijd om aan deze criteria, zoals hieronder vermeld, te voldoen en zich te kunnen certificeren.

Scholen die het traject starten om als opleidingsschool erkend te worden, volgen kosteloos een opleiding bij Driestar hogeschool/Samen in ontwikkeling. Indien de aspirant-opleidingsschool het traject voortijdig beëindigd, worden kosten in rekening gebracht.

Criteria

In de stuurgroep Samen in ontwikkeling (waarin vertegenwoordigers van het opleidingsinstituut zitten en directeuren van basisscholen als vertegenwoordigers van het werkveld) zijn criteria opgesteld om een erkende opleidingsschool te worden.

De criteria zijn:

  1. De school heeft basisarrangement van de inspectie.
  2. De school heeft door Driestar hogeschool opgeleide werkplekbegeleiders (minimaal drie), die verspreid zijn over de onder-, midden- en bovenbouw, zodat de aanstaande leraren in alle bouwen een werkplekbegeleider krijgen die geschoold is in het begeleiden van aanstaande collega’s. Uit onderzoek van Geldens is gebleken dat de rol van de werkplekbegeleider van cruciaal belang is bij het begeleiden van aanstaande leraren.
  3. De school heeft minimaal één beroepsgeregistreerde schoolopleider in dienst. Bij voorkeur heeft elke erkende opleidingsschool een eigen schoolopleider. Wanneer een vereniging/stichting/samenwerkingsverband een schoolopleider wil aanstellen op meerdere scholen die tot de vereniging/stichting/samenwerkingsverband behoren, dan dient het bevoegd gezag een gemotiveerd verzoek daartoe in. De vereniging/stichting/samenwerkingsverband garandeert daarbij dat de partnerschool de schoolopleiderstaken die geregeld zijn in de beroepsstandaard voor opleiders en bevoegdheden door een door hen benoemde beroeps geregistreerde schoolopleider worden uitgevoerd. Met een omvang passend bij het aantal geplaatste aanstaande collega’s, actieve werkplekbegeleiders en de omvang van het schoolteam.
  4. De Bijbel is de grondslag van de school en is zichtbaar in de praktijk.
  5. De school heeft een ontwikkelplan op het gebied van Samen opleiden. De schoolopleider beoordeelt met het Zelfevaluatiekader wat de stand van zaken is met betrekking tot het Samen opleiden. In overleg met directie of managementteam en het gehele team wordt door de schoolopleider een concreet ontwikkelplan opgesteld.

Wanneer aan bovenstaande criteria is voldaan, vraagt de school een audit aan via de website. Elke school met een eigen BRIN-nummer dient een aanvraag voor erkenning in.(1)

(1) Voor SBO en SO scholen (met ieder een apart BRIN-nummer) wordt de volgende toevoeging gemaakt: als een school  SO en SBO in eenzelfde gebouw gehuisvest zijn, dan worden twee aparte aanvragen ingediend. Mocht het om praktische redenen niet haalbaar zijn om in voorkomend geval twee aparte aanvragen in te dienen, dan kan dispensatie voor deze richtlijn schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd worden bij het secretariaat.

Een aspirant-opleidingsschool heeft, vanaf het moment dat het contract getekend is vier jaar de tijd om aan deze criteria te voldoen en zich te kunnen certificeren. 

Zelfevaluatiekader

Om samen verantwoordelijk te kunnen zijn, is het voor Driestar hogeschool en de opleidingsscholen nodig elkaars taal te spreken en te weten waar wie verantwoordelijk voor is. Beide aspecten blijken in de praktijk nogal eens knelpunten te kennen.

Om die knelpunten zoveel als mogelijk te helpen voorkomen, ontwikkelden Geldens, Popeijus (hogeschool de Kempel), Ruit en Visser (Driestar hogeschool) in samenspraak met een aantal basisscholen een instrument voor 'Samen opleiden', het Zelf Evaluatie Kader (ZEK). In een periode van 10 jaar zijn er verschillende revisies geweest. De laatste inhoudelijke revisie is in 2020-2021 geweest. Vervolgens is een project gestart om het ZEK online aan te bieden. Per 1 september 2022 wordt de website ZEKonline.nl gebruikt.

Het ZEK is niet bedoeld als een afvinklijst, maar het is een spiegel die voorgehouden wordt om te kijken waar de sterke punten zitten van de opleidingsschool en welke punten aandacht vragen om verder te ontwikkelen, aansluitend bij de eigen schoolontwikkeling. Het doel van dit instrument is dat dit zal inspireren en tot een kwaliteitsverdieping van de werkplekleeromgeving zal leiden, zodat de aanstaande leraar zich optimaal kan ontwikkelen tot een christelijke leraar die zijn vak verstaat. 

Voor vragen kunt u contact opnemen met Judith de Waal.